maandag 25 mei 2015

Boekverslag de reünie

De reünie
Simone van der Vlugt



Opinie
Dit boek pakt je vanaf de allereerste pagina, en laat je pas los na de laatste letter van de epiloog. Je wordt meteen geconfronteerd met de belangrijkste open plek in het verhaal: wat is er gebeurt met Isabel (zie samenvatting) en nog belangrijker: wie heeft het gedaan? Er zit veel tempo in dit verhaal, wat het heel moeilijk maakt om te stoppen met lezen. Je leest net iets nieuws en je wil weten hoe dit afloopt.  
Behalve de moord op  Isabel is ook het privéleven van de hoofdpersoon, Sabine, heel interessant om te lezen, en bij te houden. Daar gebeurt van alles, en door gebeurtenissen in het leven van Sabine komt zij steeds dichter bij het antwoord. 
Dit boek leek heel dik, en ik vroeg me af of ik het op tijd uit ging krijgen vanwege de tijdsdruk, maar je bent er zo doorheen. Niet eens omdat het een te makkelijk boek is, want je moet wel zelf nadenken en verbanden leggen, maar omdat je gewoon niet stopt en totaal niet doorhebt hoeveel tijd er is verstreken sinds je bent begonnen met lezen. 
Het enige minpuntje vond ik dat de manier waarop acties van Sabine werden beschreven niet zo heel erg fijn is. Ik probeer het echt heel erg om het goed onder woorden te brengen, maar het lukt me niet. Het irriteerde gewoon. In het begin van het boek vond ik het echt een probleem, maar naarmate je vordert in het verhaal, merk je er steeds minder van. 


Samenvatting
Het verhaal wordt vertelt vanuit de ik-persoon Sabine Kroese, een vrouw van in de 20 die na een depressie, ofwel burn-out, weer aan het werk kan en begint met het werken van halve dagen. Op haar werk is de sfeer enorm veranderd. Renée verspreidt allerlei geruchten over haar, waardoor haar collega’s erg wantrouwig tegenover haar zijn. Dit laat haar dan ook terugdenken aan haar middelbare schooltijd in Den Helder, waar ze vroeger erg gepest werd. In de krant ziet ze een stukje staan over een reünie van haar school en ziet het dan ook gelijk al niet zitten. Op haar werk komt ze Olaf tegen, iemand die haar ontzettend aan Bart, haar vroegere vriendje, doet denken en krijgt een relatie met hem. Hoe dichterbij de reünie komt, des te meer ze zich van Isabel, haar voormalige beste vriendin, kan herinneren. Sabine verloor Isabel op de middelbare school aan een populair groepje en werd daar vervolgens ook door gepest, toen Isabel plotseling verdween. Ze herinnerde zich gek genoeg niets van de dagen rondom de vermissing van Isabel en had dat volgens haar psychologe verdrongen. Stukje bij beetje worden de gebeurtenissen die 9 jaar geleden afspeelden steeds duidelijker en keerden de herinneringen terug. Sabine doet er alles aan om in aanraking met de waarheid te komen en besluit toch naar de reünie te gaan.

Sabine gaat vaak terug naar Den Helder om herinneringen op te halen. Ze komt erachter dat haar vroegere conciërge al zijn katten een naam heeft gegeven die afgeleid zijn van vermiste of vermoorde meisjes, en dat Olaf vroeger iets met Isabel heeft gehad en daar niets tegen Sabine over gezegd heeft. Ze verdenkt Olaf van de moord op Isabel. Nadat Sabine echter door Olaf bijna gewurgd wordt, komen alle herinneringen weer terug en valt alles op zijn plaats.


Bron: http://educatie-en-school.infonu.nl/samenvattingen/91100-de-reunie-simone-van-der-vlugt.html


Opdracht: Interview met de schrijver
Simone van der Vlugt werd geboren op 15 december 1966 en ze is nu 48 jaar oud. Ze schreef al veel boeken. Eerst vooral historische boeken, maar ze heeft nu al zeven thrillers op haar naam staan. Op ‘de reünie’, een van de thrillers, ga ik in dit interview met haar dieper op in. Nadat we haar nog even wat beter hebben leren kennen natuurlijk. 




Vertel ons eens wat over jezelf.
“Ik ben dus 15 december 1966 geboren, in Hoorn. Ik wilde van jongs af aan al boeken gaan schrijven, en ik werd heel erg geïnspireerd door Thea Beckman. Na mijn studie werd ik secretaresse en schreef ik vrije tijd aan ‘de amulet’. Ik ben doorgegaan met schrijven. Ik vond het heel erg leuk om het verleden te schrijven. Ik kon van tevoren me verdiepen in de gebeurtenissen en daartussen een link leggen en een hoofdpersonage verbinden. Tussendoor ben ik ook nog getrouwd en heb ik twee kinderen. Behalve schrijven hou ik ook van lange wandelingen, en piano spelen.”


Op den duur ben je van historische jeugdromans over gegaan naar thrillers. Waarom heb je die overstap gemaakt?
“De overstap was voor mij logisch. Historische jeugdromans schrijven ging lekker, mijn uitgever was blij en ik was populair. Maar mij gaf het steeds minder voldoening. Ik kreeg een beetje genoeg van schrijven over twaalfjarigen, die vaak nog in een gezinssituatie zitten en daarom niet zo zelfstandig kunnen handelen. Als ik wilde schrijven over iemand van twintig zette ik er een veertienjarige naast, zodat mijn jonge lezers zich konden aansluiten. Maar bij signeersessies stonden er kinderen van tien én volwassenen aan mijn tafel. Dan vroeg ik me af voor wie ik nou schreef eigenlijk. Tegenwoordig worden mijn historische jeugdromans Schijndood’ en ‘De bastaard van Brussel’ uitgegeven als young adult-romans, maar destijds lazen mijn lezers van tien al boeken over de pest en melaatsheid en zelfmoord. Dat was wel een beetje heftig. Ook voelde ik me beperkt door de regels die er zijn voor jeugdboeken. Het allereerste boek waarmee in bij Lemniscaat terecht kwam, vonden ze eigenlijk een volwassenenboek. Ik moest er een jonger personage bij doen, omdat het anders niet echt leuk was voor kinderen. Ik wilde debuteren en ik had een potentiele uitgever, dus ik deed het maar.  Een deel wat geschrapt is is later alsnog terecht gekomen in een ander boek.’’


Je eerste thriller was ‘de reünie’. Vond je het lastig om ineens iets heel anders te schrijven?
“Ik kon geen historische romans voor volwassenen schrijven, omdat het een te kleine markt is. Schrijven over deze tijd leek me ook wel leuk, omdat ik dan een keer niet zo veel vooronderzoek hoefde te doen. Ik vond het vroeger wel leuk, maar nu was ik er een beetje klaar mee. Ook dacht ik bij thrillers die ik las, dat ik dat ook kon. En zodoende heb ik het geprobeerd. Het was in het begin wel even omschakelen,  en veel schrappen en het duurde relatief langer om ‘de reünie’ te schrijven, maar je ziet, het is me gelukt.”


Hoe ben je op het idee gekomen van ‘de reünie’?
Al snel had ik besloten om iets psychologisch in mijn boek te verwerken. Toen ik eens een tijdschrift las kwam ik een artikel tegen over allemaal mensen die te maken hebben gehad met verdringing, en ik wist dat dat een deel ging uitmaken van mijn verhaal.  Hoe raar het ook klinkt, maar het vergeten van een moord kwam gelijk in me op. Toch kon ik niet helemaal van de tieners af, en een deel van het verleden van Sabine speelt nog een rol in het heden. Ik moest een aanleiding hebben om herinneringen op te halen, en zo kwam Olaf er ook nog bij. De rest was gewoon dagen brainstormen, en van alles uitdenken. 


Als je terugkijkt op het boek, zijn er nog dingen die je zou veranderen?
Hoe arrogant het ook klinkt, ik denk het niet. Het boek verkocht heel erg goed en ik heb er prijzen mee gewonnen. Het is dus een prima debuut geweest. Tuurlijk, er kunnen altijd dingetjes beter, maar dat hoeft van mij echt niet meer. Ik ga me nu richten op de toekomst, en nieuwe boeken die ik wil gaan schrijven, want ik heb nog heel wat ideeën in mijn hoofd.


Bronnen: 
http://nl.wikipedia.org/wiki/Simone_van_der_Vlugt

http://www.simonevandervlugt.nl/biografie-van-simone-van-der-vlugt/

http://www.scholieren.com/auteur/580/simone-van-der-vlugt

 

dinsdag 19 mei 2015

Boekverslag de tweeling

De tweeling
Tessa de Loo



Opinie
Dit boek heeft een prachtige verhaallijn. Je snapt in het begin de afstandelijkheid niet van Lotte tegenover Anna, maar naarmate je meer leert over het leven van beide en hoe ze zo verschillend zijn geworden, zoals ze zijn. Terwijl het een tweeling is. Dit verhaal is zo origineel, en ook bijzonder omdat het deels wel, maar deels ook niet goed afloopt.  
Toch had ik soms moeite met motivatie te vinden om verder te lezen, en niet alsnog over te stappen op een ander boek. Deels omdat het echt een heel dik boek is, maar ook omdat sommige delen je eigenlijk weg kan laten uit het boek, en dat je dan nog steeds niks mist. Achteraf is het toch wel belangrijk, om de situatie in Spa heel goed te kunnen begrijpen. 
Sowieso vind ik het altijd erg lastig om te lezen of te horen over verhalen over de oorlog, omdat ik het me simpelweg niet kan voorstellen. Ik kan me totaal niet inleven in zulke irreële situaties en dat maakt een dergelijk boek lastig om te lezen. Ik reed laatst bijvoorbeeld door Rotterdam en ik kon me totaal niet voorstellen dat het ooit allemaal in brand stond, dat alles op den duur weg was.

Vooral het laatste deel vond ik echt mooi, omdat je je dan beseft dat er nog best wat moet gebeuren totdat je bij het heden bent, en dat je wil weten hoe dat dan gaat. Je begint nieuwsgierig geworden naar de afloop, en of ze uiteindelijk elkaar nog een keer zullen zien, en hoe dat dan zal gaan. 

Je weet al ver van voordat het echt gebeurt, dat de echtegnoot van Anna zal komen te overlijden, en telkens als je iets over hem leest, denk je dat het zo is. Je weet al heel lang dat het gaat gebeuren, en als het dan toch gebeurt, raakt het je nog heel erg. Dat vond ik een van de beste stukken uit dit boek. Het einde echter, is wel onverwachts. Het was heel rustig en vredig geschreven, en toch was het heel onverwachts, en heel erg emotioneel voor de lezer.
Dit boek is zeker een aanrader om mee te nemen op vakantie en de tijd te hebben voor zo’n heftig boek.


Samenvatting

Deel 1: Interbellum
De op leeftijd zijnde Lotte ontmoet tijdens haar verblijf in een Frans kuuroord een vrouw van haar leeftijd. Ze raken aan de praat en ondanks dat Lotte liever geen contact wil met deze excentrieke dame, komen ze erachter dat ze allebei in dezelfde Keulse straat gewoond gewoond hebben als kinderen. De vrouw blijkt Lottes tweelingzus Anna te zijn.

Anna is compleet lyrisch over de hereniging, maar Lotte heeft het er moeilijk mee. Desondanks wijken ze niet meer van elkaars zijde en halen ze herinneringen op aan hun kindertijd en daarna aan hoe het hen in hun nieuwe levens verging. Het ene moment voelen ze zich echt zussen, maar ze zijn toch erg verschillend, vooral in hun opvattingen over de oorlog.

De twee meisjes groeiden op in Keulen, in een oud casino. Hun moeder overleed toen ze nog erg jong waren en hun vader werd ziek. Om ondanks zijn ziekte voor de tweeling te kunnen blijven zorgen, trouwde hij met tante Käthe, de zus van hun moeder. Maar als hij sterft, worden Lotte en Anna bij haar en bij elkaar weggehaald. Lotte wordt ziek – de ziekte van haar vader – en wordt geadopteerd door een liefdevol Hollands gezin dat al drie dochters heeft. Anna wordt meegenomen door oom Heinrich en tante Liesl, de broer van haar vader en zijn vrouw. Ook haar grootvader woont bij hen.

Terwijl Lotte na een bijna-doodervaring (ze zakte door het ijs en verdronk bijna) haar passie voor zingen ontdekt, begint Anna op de boerderij de ernst van de economische crisis te merken. Grote werkloosheid leidt ertoe dat boeren kinderen van gewone gezinnen in huis nemen om te werken, en Nettchen is zo’n kind, een zwakzinnig meisje. Samen met haar ontdekt Anna dat tante Liesl een affaire heeft met een jongen, maar wanneer hij het uitmaakt gaat ze het klooster in. Nettchen gaat terug naar huis en kort hierna sterft de grootvader.

Terwijl Lottes vader bevlogen raakt door muziek, hertrouwt oom Heinrich met de jonge, tirannieke Martha. Hij houdt er sterke communistische ideeën op na en wanneer Anna bevriend raakt met Bernd Möller, die een aanhanger van Hitler is, slaat oom Heimrich haar in elkaar en laat haar steriliseren, waar ze pas jaren later achter komt. Dankzij de pastoor wordt de inmiddels zestienjarige Anna door de kinderbescherming bij haar oom en stieftante weggehaald en opgevangen in een klooster. Het is begin 1933 en Hitler wint snel aan macht. Na een tijdje gaat Anna terug naar huis en wordt ze lid van Hitlers jeugdbeweging om de katholieke kerk op de hoogte te houden van zijn activiteiten.

Intussen heeft Lotte het moeilijk met haar overheersende vader die, na een depressieve periode van haar moeder, ernstig ziek wordt en bijna sterft.

Anna gaat in Keulen naar de huishoudschool en vindt al snel een baan als dienstmeisjes bij het gezin Stolz. De vrouw neemt Anna mee naar een arts als ze erachter komt dat Anna niet ongesteld wordt: zo komt Anna erachter dat ze gesteriliseerd is. Kort hierna blijkt dat haar oom altijd heeft gedaan alsof ze zwakzinnig was zodat hij haar thuis kon houden om haar te laten werken. Haar menstruatie blijft de rest van haar leven achter en ze kan nooit kinderen krijgen.

Terwijl de oorlog op het punt van uitbreken komt te staan, levert Lottes vader steeds meer kritiek op de Duitsers en daardoor, als vorm van verzet, groeit bij Lotte het verlangen om naar Duitsland terug te gaan. Anna neemt ontslag bij het gezin Stolz en wordt het kamermeisje van gravin Von Garlitz, wier vader Anna's vader had gekend.

Deel 2: Oorlog
De oorlog breekt uit en Lotte gaat naar Anna toe uit angst dat de grenzen dichtgegooid worden. De twee zussen hebben echter helemaal geen band meer, niets te bespreken en ook niets meer gemeen, waardoor het een kil verblijf wordt.  Anna krijgt verkering met de Weense soldaat Martin: hun liefde groeit vooral in een briefwisseling wanneer hij aan het front zit. Ook Lotte wordt verliefd, op de muzikale soldaat David die net als Lotte in zijn jeugd kampte met een erg veeleisende vader.  Wanneer Martin na een verlofperiode- waarin ze zich officieel verloven en de nacht samen doorbrengen -  terug moet naar het front, blijft Anna alleen achter op het landgoed omdat de familie Von Garlitz naar familie in het oosten is gegaan. Na een poosje moet Anna daar ook heen om de zieke zoon en erfgenaam te verzorgen.

 Lotte wordt door David ten huwelijk gevraagd, maar vraagt om bedenktijd. Korte tijd later krijgt se van zijn ouders te horen dat hij is gedeporteerd naar een werkkamp omdat hij aangaf joods te zijn: hij wilde zijn vrienden beschermen bij een plotselinge politie-inval.

Terwijl Lotte de liefde van haar leven kwijt is, komt Martin met verlof om met Anna te trouwen, wat op het laatste moment bijna niet doorgaat deels vanwege zijn tirannieke moeder en deels omdat het een illegaal huwelijk zou zijn. Ze trouwen echter toch. Wanneer hij is teruggekeerd naar het front, vertrekt Anna met het gezin Von Garlitz naar een ander landgoed. Ze krijgt de leiding over het huishouden en raakt, sterk tegen de regels in, bevriend met een Russische gevangene.

Intussen begeven ook Lotte en haar familie zich op glad ijs door joodse onderduikers in huis te nemen.

Na een verblijf in Wenen komt Anna op de terugweg terecht in een bombardement van Berlijn. Intussen is bij Lottes moeder een baarmoedertumor gevonden die operatief verwijderd wordt, wat haar erg verzwakt. Door haar ziekte krijgt ze extra voedselbonnen, die, zo ontdekt Lotte, gebruikt worden door haar vader – puur voor zijn eigen trek.

Heer Von Garlitz overlijdt bij een mysterieus vliegtuigongeluk en Anna komt erachter dat Frau von Garlitz samenzweert met een aantal militairen die een einde willen maken aan de oorlog, maar hun plannen hebben tot dusver geen succes. Kort hierna krijgt Anna bericht dat Martin is gesneuveld en neemt ze ontslag om als Rodekruiszuster te gaan werken. Lotte trouwt met onderduiker Ernst en overleeft de hongerwinter maar nauwelijks: diverse keren komt ze bijna om terwijl ze aardappelen of graan probeert te bemachtigen.

Deel 3: Vrede
De oorlog is voorbij en terwijl Lotte feestviert, wordt Anna samen met collega-verpleegsters en patiënten een tijdje gevangen gehouden door bevrijders. Wanneer ze eenmaal vrijkomt, besluit ze maatschappelijk werkster te worden en gaat ze op zoek naar Martins graf. Ze vindt het en ontmoet bovendien een meisje dat in de laatste dagen van zijn leven bevriend met hem was. Tijdens haar studie sociaal werk komt ze onverwachts weer in contact met haar tante Martha, die een berucht zwarthandelaarster is geworden en doet alsof ze Anna’s studie betaalt. Anna maakt hier eigenhandig een eind aan en zoekt kort daarna haar oom op wanneer deze is teruggekeerd van het Russische front. Ze wil hem vragen waarom hij haar als kind niet naar school liet gaan en haar steriliseerde, maar hij is geestelijk zo verzwakt dat ze besluit het te laten zitten en slechts met hulp van de rechter boeken van haar vader weet te bemachtigen uit het huis van haar oom.

Anna zoekt Lotte op, die inmiddels een kind heeft, maar het botert absoluut niet tussen de twee en dus legt Anna zich uiteindelijk volledig toe op het onderhouden van Martins graf en haar werk bij de kinderbescherming, terwijl Lotte haar geluk vindt in het gezinsleven.

Na twee weken van gesprekken, uitstapjes, conflicten en grote verschillen tussen de twee oude zusters krijgt Anna op een dag een hartaanval en overlijdt. Voor Lotte zal het voorgoed te laat zijn om haar de waarheid te vertellen: dat ze Anna na al die jaren toch weer als een zus is gaan zien.

Bron: http://www.scholieren.com/boek/510/de-tweeling/zekerwetengoed 

Brief aan de hoofdpersonen

Eigenlijk zijn Lotte en Anna de hoofdpersonen, maar ik schrijf deze brief alleen aan Anna.


Beste Anna, 


Jouw leven heeft mij erg gefascineerd, en geïnspireerd. Jij laat zien hoe je sterk moet zijn en hoe je je moet gedragen in zware tijden. En toch, snap ik een keuze niet.

Op den duur was je huishoudelijk hulpje in Keulen, waar je verder niemand kende. Je voelde je alleen, en dat vond je in het begin erg lastig. Later begon je het te accepteren en ging je er beter mee om. Precies op dat moment kreeg je een brief van je tweelingzus, die je sinds jullie uit elkaar werden gehaald op je zesde, niet meer had gezien. Je schreef terug dat ze naar je toe kon komen, maar toen ze er was, leek er zoveel afstand tussen jullie te zijn, terwijl jullie naast elkaar waren. Waarom heb je dit gedaan? Je bent zo nieuwsgierig, hoe kun je nou niet willen weten hoe haar leven ging, nadat je nooit meer wat van haar hebt gehoord? Waarom deed je zo afstandelijk. Je zei omdat je er nu aan gewend was om alleen te zijn, maar dat betekent toch niet dat je het fijn vind en dat je geen behoefte hebt aan iemand waarmee je alles kan bespreken? Het is nota bene je tweelingzus, die je de rug toe keerde. Je was alleen, maar zij kon je af helpen van dat gevoel.

Ik had haar heel enthousiast teruggeschreven, en haar voor minstens een week bij mezelf uitnodigen. Ik had haar dag en nacht bezig gehouden met hoe haar leven is verlopen, vanaf het moment dat ik haar niet meer zag, tot nu. Hoe zij zich door de tijd heeft geworsteld, en hoe ze op het idee kwam om op dit moment langs te komen. Ik zou haar vervolgens alles over mezelf vertellen. En als we alles hebben verteld, zou ik de leukste dingen met haar doen die je kunt bedenken. Ik zou daarna, als we het belangrijkste hebben besproken, haar nog langer laten blijven om allemaal leuke dingen te doen. 

Waarom heb je dit niet gedaan? Had je überhaupt wel die drang gehad en die met moeite onderdrukt, of, wat ik me dus echt niet kan voorstellen, nooit de drang gehad om je te herenigen met je zus?


Met vriendelijke groet,

Ilse Eshuis

 

maandag 3 november 2014

Boekverslag hersenschimmen

Hersenschimmen
J. bernlef


Opinie
Het boek is echt prachtig geschreven. Je ziet hoe Maarten Klein steeds minder van de wereld begrijpt, en de wereld steeds minder van hem. Je ziet alles door zijn ogen, en je leeft eigenlijk in hem. Ik vind het zo slim gekozen om juist met dit boek voor een ik-perspectief te gaan. Je ziet dementie nu eens van de andere kant. 
 Ik had een opa met dementie, en ik maakte dat gewoon mee, nooit nadenkend over hoe hij nu eigenlijk leefde, en dat besef je toch wel echt heel mooi door dit boek. Je leeft ontzettend met hem mee, en ik vond het eigenlijk ook wel ontzettend zielig, voor Maarten maar ook voor zijn vrouw.
Eigenlijk vond ik het ook wel jammer dat er niet heel vaak iets gebeurde dat je heel nieuwsgierig maakte naar de afloop, zoals die keer dat Maarten uit zijn eigen huis breekt en inbreekt in het huis waarvan hij dacht een vergadering te hebben en laat te zijn. Maar eigenlijk had het ook niet gekund, omdat de manier hoe Maarten dit zou ervaren, heel vaag zou zijn, en het boek onduidelijk zou maken. Want dat is Bernlef echt gelukt, om zo’n ingewikkelde visie duidelijk te maken. Dat blijkt uit het feit dat het woord dementie niet een keer wordt genoemd, en toch is het duidelijk dat Maarten hier last van heeft.

 

Samenvatting
Maarten en Vera Klein wonen al jaren gelukkig in Gloucester, Massachusetts (Verenigde Staten). Langzaam maar zeker begint Maarten heden en verleden door elkaar te halen. Het begin heel klein, op het moment dat hij niet meer weet welke dag het is en op een zondag wacht tot de schoolbus langs zal komen of als hij steeds vaker in gedachten verzonken is. Langzaam maar zeker kan hij zich dingen niet meer herinneren en als hij zich iets herinnert, gaat hij volledig in die herinnering op. Zo denkt hij op een dag dat hij weer op de kleuterschool is en van de juf de potlodendoos mag halen. Hij loopt de gang door naar het materiaalhok en klimt op een stoel om de doos te gaan zoeken. Dan staat Vera plots achter hem en haalt hem uit de droom. Hij blijkt op de keukenstoel in hun washok te staan. Later geeft hij hele rare antwoorden op vragen, omdat hij net ergens anders met z’n gedachten was. Als Vera hem een keer vraagt wat hij zo lang in de keuken deed, antwoordt hij bijvoorbeeld vangstquota. Uiteindelijk gaat dit nog een stapje verder en breekt hij in bij een vakantiehuisje waar vroeger de vergaderingen van zijn bedrijf waren omdat hij denkt dat hij te laat op zijn vergadering komt. Ook vergeet hij dat mensen en dieren dood zijn en vraagt dus steeds naar hen als anderen langskomen. Een keer begint hij plotseling naar de snoepreepjes die zijn oma altijd voor hem achter in de buffetkast verstopte te zoeken.
Vera wordt steeds ongeruster en als Maarten weg begint te lopen van huis laat ze uiteindelijk een meisje, Phil Taylor, in huis wonen die op Maarten kan passen als zij weg is. Maarten vergeet echter steeds wie ze is. Eerst ziet hij haar aan voor een vriendin van zijn dochter, dan voor zijn vroegere piano juf en uiteindelijk voor zijn dochter. Ook van Vera vergeet hij soms wie ze is.

In het boek wordt ook de moeilijker wordende relatie tussen Vera en Maarten weergegeven. Een eerste beschrijving die Maarten van haar geeft is nog heel scherp, bij kennis. Meer op het einde heeft hij het echter over een oude vrouw, die er een beetje verfomfaaid uitziet met haar vochtig neerhangende slappe bruine krullen en haar gerimpelde hals. Later herkent hij haar niet meer op foto’s en uiteindelijk weet hij helemaal niet meer wie ze is.

In het laatste deel van het boek weet Maarten zelf niet meer wie hij is. Eerst heeft hij het nog over “mijn spullen”, “ik kan ..” etc. Maar naarmate hij verder aftakelt begint hij in derde persoon over zichzelf te praten, om het uiteindelijk alleen nog maar over ‘het’ te hebben. Tegelijk met deze verandering in benoeming van zichzelf, trekt hij zich steeds meer in zijn hoofd terug. Hij communiceert bijna niet meer met de buitenwereld, maar denkt in onsamenhangende zinnen en fragmenten aan wat er om hem heen gebeurt. Een van de redenen hiervoor is dat hij ook steeds meer moeite met het Engels begint te hebben, en soms even de taal niet meer lijkt te verstaan. Op het laatst zijn Maartens gedachten zo onsamenhangend en fragmentarisch dat er bijna niet meer duidelijk is wat er nou met hem gebeurt. Wel weet hij op zijn sterfbed weer even wat er om hem heen gebeurt en zoekt en vindt hij Vera’s hand, al weet hij haar naam niet meer.


Bron: http://www.scholieren.com/boek/38/hersenschimmen/zekerwetengoed

 

Opdracht: Perspectief
De verteller in dit boek is Maarten Klein, een man die al een paar jaar gepensioneerd is en al lange tijd in Amerika woont met zijn vrouw, Vera Klein. Het is een ik-perspectief, je ziet dingen vanuit zijn ogen. Het effect is dat je de dementie de macht over hem ziet nemen, en eigenlijk ook over jezelf doordat je het leest. Het maakt het zo meeslepend en ook zielig, en zoals ik dat eerder zei vind ik het meesterlijk gekozen.

Scène 1:
In deze scène wordt Maarten op een ochtend wakker, en wil naar zijn werk gaan voor een vergadering, waar hij laat voor denkt te zijn. Zijn vrouw is even weg, en heeft de deur op slot gedaan, en hij raakt in paniek. Hij breekt met een hamer en schroevendraaier het slot van zijn eigen voordeur open, en loopt naar het huisje waar hij vroeger met zijn werk vergaderingen had. Ook daar breekt hij de voordeur open, om daar vervolgens niemand te treffen. In de war blijft hij daar staan, maar de vuurtorenwachter komt hem ophalen.

Ik zou dit stukje willen herschrijven vanuit het perspectief van zijn vrouw, Vera.
Het is vroeg, Maarten slaapt nog. Ik zie hoe hij daar vredig ligt, in zijn moment van rust. Hij doet de laatste tijd zo vreemd, zo verward. Ik zie dat ik moet gaan, Ellen Robbins wacht op mij, maar wat doe ik met Maarten? Stel dat hij mij gaat zoeken, en de weg kwijtraakt? Ik besluit de deur achter mij op slot te draaien, en ik loop rustig richting mijn vriendin. 

‘Ik moet maar eens gaan, Maarten zou wel ongerust zijn, denk je niet?’ Ik zet mijn lege koffie kopje terug op de schotel en ik sta op. Ik zoek mijn tas, die naast de stoel ligt. Ellen knikt instemmend, en loopt mee naar de deur. ‘Ik maak me wel zorgen om Maarten, om wat ik van jou hoor.’ Zegt ze. ‘Je zegt dat hij soms moeite heeft om jou te herkennen, en dat foto’s kijken niet eens helpt. Denk je niet dat je er iemand van de zorg bij moet halen?’ Ik kijk naar mijn voeten. Het sloopt me om Maarten zo te zien. Maar ik wil niet dat er iemand van de zorg de hele tijd om ons heen loopt. Dan is het serieus, en dan kan ik het niet meer ontkennen in mijn gedachten. ‘Ik vind het ook moeilijk, maar ik denk nog niet dat het zover is.’ zeg ik, en ik maak aanstalten om nu echt weg te gaan. Ze groet me, en ik groet terug.
De hele weg terug denk ik aan Maarten. Ik denk nergens anders meer aan. Ik slaap slecht ’s nachts, ik huil veel. Ik wil niet dat het zo gaat, dat het zo gaat eindigen. Machteloos ben ik, slechts een toeschouwer. Als ik bij ons huis aankom schrik ik. De deur hangt half open, en ziet er kapot uit. Ik probeer het laatste stukje terug te rennen, maar verder dan een versneld tempo kom ik niet. Ik loop de huiskamer in, en zie dat alles nog staat. Ik kijk in het verstopte doosje met kostbare sierraden, maar ook die staan er nog. Ik roep Maarten. Geen antwoord. Waar is hij? Ik loop naar boven, naar onze slaapkamer, maar het bed is leeg. Ik ga op bed zitten, en denk goed na. Ik roep hem nog een keer, maar ik hoor nog steeds niet. Ik loop alle kamers bij langs, maar er is geen spoor van hem. Ik bel Ellen, maar ook zij heeft niets gezien. Ik kan ook niet gaan zoeken, stel dat hij weer terugkomt. Dan vindt hij een leeg huis, en gaat hij me weer zoeken. 

Na een uur zie ik een Jeep stoppen voor mijn huis, en de vuurtorenwachter stapt uit. Hij loopt naar de voordeur, die ik al open had gemaakt. ‘Hallo mevrouw Klein, wij hebben uw man gevonden, vlakbij het strand. Hij leek aardig in de war, als je alleen al kijkt naar de manier hoe hij daar gekomen is. Gelukkig heeft hij verder niets. Weet u wat er met hem aan de hand is?’ Ik zucht. Wat een toestand. ‘Maarten is een beetje in de war de laatste tijd.’ Zeg ik, en ik loop naar mijn man toe, die met een deken om zich heen door waarschijnlijk de zoon van de vuurtorenwachter naar mij toe wordt gebracht. Ik bedank snel de mannen en ik neem hem mee naar binnen, en vraag om zijn uitleg. Als ik die heb gehoord, neem ik een besluit, dit kan zo echt niet langer.

Door dit perspectief zie je wat er in Vera omgaat, Maartens vrouw. Het laat ook haar kant zien, maar ik vind dit niet beter. Het is ook belangrijk om te weten wat zij denkt en vindt, maar de belevenissen van Maarten zijn in dit boek veel belangrijker  

 

Scène 2
In deze scène maak je het laatste van Maarten mee. Hij lijdt hier erg aan dementie, dus je leest alleen maar delen van fragmenten, wat erg onduidelijk is. Maar wel weer een goed beeld geeft van wat er omgaat in zijn hersenen.

Ik zou dit stukje willen herschrijven vanuit het perspectief van een verpleegster van hem.
Een nieuwe patiënt. Een demente. Fijn. Weer zo een die begint over verhalen die hij nooit heeft meegemaakt. Ik ben erop gezet, dus ik ga wel even een kijkje nemen. ‘Meneer Klein?’ zeg ik als ik in zijn kamer kom. Een oude, lange man zit in de kamer, en kijkt op. ‘Komt u gezellig in de grote kamer zitten, daar gaan we vandaag een tekening maken.’ Stomverbaasd kijkt de man mij aan. Ik herhaal wat ik zeg, maar als hij mij nog zo aankijkt, til ik hem voorzichtig op en zet hem in zijn rolstoel, terwijl hij protesterend iets roept in een vreemde taal. Zou dat het zijn, zou hij mij gewoon niet verstaan? Nadenkend rol ik hem de kamer in, en schuif hem aan een tafel. 

Een paar dagen later, als alle patiënten zitten te zingen onder begeleiding van de piano, staat meneer Klein ineens op, en tikt de pianist op zijn schouder, en vraagt of hij mag. Iedereen kijkt vol verwachting toe, maar er komt niets. Hij laat zijn handen van de piano glijden, en laat zijn hoofd zakken. Hij staat wankelend op, en gaat weer zitten. 

Ik zie hem snel achteruit gaan. Je ziet gewoon of hij wel aanwezig is of niet, qua geest. Soms lijkt hij heel helder uit zijn ogen, maar vaak is het tegenovergestelde waar. Uiteindelijk vond ik het toch wel een leuke man, en mede door zijn grote blauwe ogen krijg ik toch wel medelijden met hem. Ik hoop niet dat ik ooit zo eindig. Hoe zou het eraan toegaan in zijn hoofd?


Dit stukje is misschien wel duidelijker met dit perspectief, maar de ernst van Maartens toestand dringt niet tot je door, wat toch wel erg belangrijk is. Ik niet dat je dit boek vanuit een ander perspectief had moeten schrijven, want dit boek is heel psychologisch, en dat speelt zich vooral af in iemands hoofd. Zoiets kun je alleen maar begrijpen als je het vanuit diegene zijn perspectief ziet.


vrijdag 5 september 2014

Leesautobiografie

Sinds vroeger, toen ik heel klein was ligt er standaard een boek op mijn nachtkastje, klaar om gelezen te worden. Mijn ouders wisselden elke dag af om mij 's avonds voor te lezen. Mijn absolute lievelingsboek was 'over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft', en later de boeken van 'de boze heks'. Ook boeken van Roald Dahl vond ik geweldig. Wij (mijn ouders en ik) weten niet meer tot wanneer ik werd voorgelezen en wanneer ik zelf 's avonds gelezen, maar ik denk dat groep vier of groep vijf zelf ging lezen 's avonds. Ik denk dat ik altijd al wel veel gelezen heb, en al helemaal veel op vakanties. 

Bij mij thuis hebben mijn vader en moeder veel gelezen, en hebben daardoor ook een grote boekenkast opgebouwd. Er staan met een stuk of 50 boeken in, met ook boeken die op de lijst staan. Ook mijn broer heeft veel gelezen, maar dat was puur voor zijn leeslijst van school. Ik heb tot nu toe drie boeken moeten lezen, een in klas een en twee in klas twee. 
Ik heb zoveel boeken gelezen dat ik echt niet zou weten wat mijn top 5 is, maar ik heb het toch maar geprobeerd:
1. Marijke
2. Reis door de nacht 
3. Geen bereik
4. 'n zomerzotheid
5. Joop ter Heul

Ik heb niveau drie, omdat zoals op het kaartje staat ik me intresseer over de inhoudelijke kant van het boek, vooral maatschappelijke en historische boeken vind ik leuk. Ze helpen me echt mijn eigen ideeën te vormen, en vertellen me dingen over de wereld om me heen. Ik ben door boeken echt anders gaan denken, en sommigen boeken spoken nog steeds rond in mijn hoofd, zo van: zo kon het ook, zoals het in dat boek gebeurde. 

Dit jaar ga ik sowieso hersenschimmen, de aanslag (nog een keer, de eerste keer was het te lastig) en de tweeling lezen, omdat mijn ouders me die sterk hebben aangeraden. Boeken die ik leuk vind zijn een beetje mysterieus, en niet met heel veel cliché's. Er gebeurt veel in, en meestal zijn volwassenen de hoofdpersonen. 
Boeken ga ik zoeken door eerst in de lijst te kijken naar wat me aanspreekt, mijn ouders om suggesties vragen, en kijken wat we thuis hebben. Mijn docent hoeft me daarbij niet echt te helpen, omdat ik er zelf wel uitkom.